Energielabels zijn theorie: Waarom de vastgoedsector moet sturen op werkelijk verbruik
EPBD IV: wat betekent de nieuwe Europese richtlijn voor jouw gebouw?
Klimaatrisicoanalyse gebouw: verplicht voor BREEAM RSL01 en GPR Toekomstwaarde
Vanaf 1 juli 2027 verandert de energiebesparingsplicht en wordt ook de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) geactualiseerd. Een belangrijke voorgenomen wijziging is dat de maximale terugverdientijd wordt verruimd van 5 naar 7 jaar. Daardoor kunnen meer energiebesparende maatregelen onder de wettelijke verplichting gaan vallen.
Voor organisaties en vastgoedeigenaren die onder de energiebesparingsplicht vallen, kan dat betekenen dat maatregelen die nu nog niet verplicht zijn, vanaf 2027 alsnog moeten worden uitgevoerd.
Wat verandert er precies? En wat kun je nu al doen om je vastgoed voor te bereiden?
De Erkende Maatregelenlijst, kortweg EML, helpt bedrijven en instellingen om aan de energiebesparingsplicht te voldoen. Op de huidige lijst staan meer dan honderd maatregelen voor het besparen en verduurzamen van energiegebruik. De EML is onderverdeeld in drie onderdelen:
Op dit moment zijn in de EML maatregelen opgenomen waarvan is vastgesteld dat deze onder bepaalde voorwaarden een terugverdientijd van maximaal vijf jaar hebben. Een organisatie kan aan de energiebesparingsplicht voldoen door alle toepasselijke erkende maatregelen uit te voeren. Voor een maatregel die niet wordt uitgevoerd, kan onder voorwaarden een minimaal gelijkwaardig alternatief worden toegepast.
De energiebesparingsplicht geldt momenteel voor locaties met een relevante milieubelastende activiteit en een jaarlijks energiegebruik vanaf:
50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent).
Deze ondergrenzen blijven volgens de huidige voorstellen voor 2027 gelijk. Een eerder aangekondigde mogelijke verhoging van de elektriciteitsgrens naar 100.000 kWh maakt geen deel uit van de huidige voorgenomen wetswijziging.
Bij vastgoed is bovendien van belang wie verantwoordelijk is voor welke maatregelen. De gebouweigenaar is in beginsel verantwoordelijk voor de gebouwgebonden energiebesparingsmaatregelen. De organisatie die de activiteiten in het gebouw uitvoert, is verantwoordelijk voor de activiteitgebonden maatregelen.
De huidige EML dateert uit 2023 en wordt periodiek geactualiseerd. RVO geeft aan dat de voorbereiding voor de volgende actualisatie inmiddels loopt en dat publicatie eind 2026 is voorzien. De nieuwe systematiek moet volgens de huidige planning op 1 juli 2027 in werking treden.
De belangrijkste veranderingen zetten we hieronder op een rij.
Op dit moment moeten organisaties die onder de energiebesparingsplicht vallen maatregelen uitvoeren die zich binnen maximaal vijf jaar terugverdienen. Vanaf 2027 wordt deze grens naar verwachting zeven jaar. RVO communiceert inmiddels eveneens dat wordt verwacht dat deze termijn in 2027 naar zeven jaar wordt uitgebreid.
Dat klinkt als een beperkte wijziging, maar kan in de praktijk behoorlijk wat impact hebben.
Maatregelen met een relatief grotere investering vallen nu regelmatig buiten de grens van vijf jaar. Wanneer de grens wordt opgerekt naar zeven jaar, kan een deel van deze maatregelen alsnog verplicht worden.
Denk bijvoorbeeld aan maatregelen aan installaties, gebouwschil, regeltechniek of andere voorzieningen waarvan de investering over een langere periode wordt terugverdiend.
Welke maatregelen uiteindelijk precies nieuw op de EML komen, is op dit moment nog niet definitief vastgesteld.
Niet alleen de toegestane terugverdientijd verandert. Ook de maatregelen zelf worden opnieuw beoordeeld.
Volgens de officiële consultatiestukken wordt de EML geactualiseerd op basis van onder andere:
Voor het bepalen van de terugverdientijd werkt de overheid namelijk met wettelijk vastgestelde uitgangspunten. Veranderen de energieprijs, investeringskosten of technische prestaties, dan kan ook de berekende terugverdientijd van een maatregel veranderen.
Hierdoor kan niet simpelweg worden aangenomen dat de EML 2027 gelijk is aan de huidige EML plus een aantal extra maatregelen. Ook bestaande maatregelen en de voorwaarden waaronder deze van toepassing zijn, kunnen wijzigen.
De combinatie van een langere terugverdientijd en een geactualiseerde maatregelenlijst vergroot naar verwachting de reikwijdte van de energiebesparingsplicht.
Een maatregel die bijvoorbeeld een terugverdientijd van zes jaar heeft, valt onder de huidige systematiek in principe buiten de vijfjaarsgrens. Bij een grens van zeven jaar kan diezelfde maatregel straks wel binnen de verplichting vallen.
Voor bestaande gebouwen is daarom vooral de groep maatregelen met een terugverdientijd tussen vijf en zeven jaar interessant.
Wie eerder een energiescan, EED-audit, verduurzamingsadvies of EML-beoordeling heeft laten uitvoeren, kan deze maatregelen nu al opnieuw bekijken.
De EML staat niet op zichzelf. De actualisatie maakt onderdeel uit van een bredere herziening van de energiebesparingsplicht.
Zo is onder andere voorgesteld dat een aantal sectoren dat nu onder de onderzoeksplicht valt, in de toekomst onder de informatieplicht komt te vallen. Ook wordt voorgesteld de verantwoordelijkheid voor bepaalde informatieplichtrapportages beter te laten aansluiten bij degene die de betreffende energiebesparende maatregelen daadwerkelijk moet uitvoeren.
Voor locaties die onder de onderzoeksplicht vallen, werkt de systematiek anders. Onder de huidige regels geldt deze plicht voor bepaalde bedrijfstakken met een energiegebruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m³ aardgas(equivalent) per jaar. Voor deze locaties kan de EML niet zonder meer worden gebruikt om voor alle activiteitgebonden maatregelen aan de energiebesparingsplicht te voldoen.
Het is daarom belangrijk om eerst vast te stellen welke rapportageplicht per locatie van toepassing is.
Organisaties met een energiebesparingsplicht moeten in principe iedere vier jaar rapporteren over de uitgevoerde maatregelen.
De vorige algemene rapportageronde had als uiterste indieningsdatum 1 december 2023. RVO noemt 1 december 2027 als volgende uiterste indieningsdatum voor de locaties waarop het betreffende overgangsrecht van toepassing is.
Dat maakt 2027 een belangrijk jaar:
1 juli 2027: geplande inwerkingtreding geactualiseerde energiebesparingsplicht.
1 december 2027: volgende belangrijke rapportagedatum.
Organisaties krijgen daardoor in de tweede helft van 2027 te maken met zowel gewijzigde regelgeving als een nieuwe rapportageronde.
De definitieve maatregelenlijst is nog niet gepubliceerd. Toch is het verstandig om nu al te bekijken wat de wijzigingen voor een gebouw of vastgoedportefeuille kunnen betekenen.
Vooral maatregelen die eerder vanwege een terugverdientijd van meer dan vijf jaar buiten de verplichting vielen, verdienen aandacht.
Door deze maatregelen vroegtijdig te inventariseren ontstaat inzicht in:
Dat biedt ook kansen. Een maatregel uitvoeren omdat een installatie toch aan vervanging toe is, kan financieel aantrekkelijker zijn dan wachten totdat deze vanuit de energiebesparingsplicht moet worden uitgevoerd.
De EML moet vooral niet worden gezien als een losse afvinklijst.
Voor vastgoedeigenaren is het interessanter om de maatregelen te koppelen aan de technische staat van het gebouw, energiegebruik, onderhoudsplanning en andere toekomstige verplichtingen. Daarmee kan één geïntegreerde verduurzamingsstrategie worden gemaakt.
Een gebouw kan bijvoorbeeld tegelijkertijd te maken krijgen met maatregelen rond:
Door deze onderdelen gezamenlijk te beoordelen voorkom je losse investeringen en ontstaat een logische route richting een energiezuiniger gebouw.
De exacte inhoud van de nieuwe EML wordt pas definitief wanneer de gewijzigde regelgeving en maatregelenlijst zijn gepubliceerd. De richting is inmiddels wel duidelijk: de terugverdientijd gaat volgens de huidige voorstellen van vijf naar zeven jaar en de EML wordt opnieuw doorgerekend op basis van actuele technieken, kosten en energieprijzen.
Voor organisaties met één of meerdere locaties is dit daarom een goed moment om de bestaande EML-rapportage opnieuw tegen het licht te houden.
De Groene Jongens kunnen ondersteunen bij het bepalen van de energiebesparingsplicht, het beoordelen van de toepasselijke EML-maatregelen en het technisch onderbouwen van maatregelen en alternatieven. Zo ontstaat niet alleen een correcte rapportage, maar ook een praktisch uitvoerbare verduurzamingsstrategie voor het gebouw of de gehele vastgoedportefeuille. Lees ook meer over de huidige energiebesparingsplicht op deze pagina.